Kaart -> Oudendijk

Ansichtkaart informatie

Tolhuis

Meer foto's en informatie
Uitgever:onbekend
Buurt:Oudendijk
Jaartal foto 1:1905
Jaartal foto 2:2019
Foto 1Foto 2
Klik op de afbeelding om deze te vergrotenKlik op de afbeelding om deze te vergroten
Klik op de afbeelding om deze te vergrotenKlik op de afbeelding om deze te vergroten
Tekst: We zien het Tolhek Oudendijk met de brug over de Beemsteruitwatering (links is richting Scharwoude, rechts is naar Oosthuizen).
Het hoge gebouw is cafe Leeghwater met bovenzaal. Het was de overstapplaats voor trekschuitpassagiers. Achter het cafe zien we de top van de boerderij van Bloem.
Deze vaart is in de vijftiger jaren gedempt en daar loopt nu de N247.
 
Reacties:
Naam:Co Beemsterboer
Datum:24 Mar 2019
Bericht:Foto 3:
Klik op de afbeelding om deze te vergroten


Foto 3A:
Een opname van 1919.
Deze foto is aangeleverd door Lourens Schuitemaker.
Klik op de afbeelding om deze te vergroten

Naam:Co Beemsterboer
Datum:05 Apr 2019
Bericht:Foto 4:
We lopen de brug over en hebben het Tolhuis wat beter in beeld.
Links zien we cafe Leeghwater.
Ertussen zien we de Edammer Trekvaart, die hier heel breed was omdat de schuiten moesten kunnen keren.
We kijken nu richting Oosthuizen.
Hoe belangrijk het Tolhek was, bewijst wel dat er twee drukbezochte cafe's waren, en een slagerij, een kruidenierswinkel en een postkantoor.
De kermis, met alle vertier, werd ook op het tolhek gehouden.
Aan beide zijden van het Tolhek hebben huizen en veeschuren gestaan. Ook was hier Tol gevestigd met een tolhuis, de tol werd geexploiteerd door een Duitser, een zekere Heinz. Als laatste werd het tolhuis bewoond door dhr Knol
De opname is van omstreeks 1900.
Klik op de afbeelding om deze te vergroten

Naam:Co Beemsterboer
Datum:02 Sep 2024
Bericht:Uit: Hij komt van Hoorn (uitgegeven in 2012).
In 1660 kwamen Hoorn, Edam, Monnickendam en Amsterdam overeen een 56 kilometer lange trekvaart te graven, kosten f 794.000,-, een megaproject. De vaart valt in het landschap nog goed te herkennen. Wie met de auto de N247 neemt richting Oosthuizen, Edam en Monnickendam volgt precies het oude trekvaarttrace.
In 1661 werd de trekvaart in gebruik genomen. De stadsbesturen hoopten de investering teug te verdienen dankzij tollen langs de vaarten en jaagpaden. Die tollen hebben lang bestaan. In 1799 bijvoorbeeld werd Hermse Joosten, tolman aan de Oudendijk, door het Hoornse stadsbestuur gelast geen tol te heffen op wagens met ammunitie en bagage voor het leger dat ten strijde trok tegen de Engelsen. De tol van Oudendijk was van Hoorn, bij Oudendijk stuitte de trekvaart namelijk op de omringdijk en moesten de reizigers overstappen, in een volgende schuit. Dat kostte de man ter plaatse extra werk, vandaar de tol.
De trekvaart Hoorn-Amsterdam hield nauw verband met de toegenomen betekenis van Amsterdam als handelsmetropool. De trekschuit was voor die tijd het snelste openbare vervoermiddel van Europa. Langs kaarsrechte vaarten ging het, met constante snelheid, dus keurig op tijd. De stoomtrein zou de trekschuit voorgoed overbodig maken.
Omdat de tarieven voor velen betaalbaar waren, werd aanvankelijk goed gebruik van de trekschuit gemaakt: tussen 1660 en 1670 door 54.000 personen en tussen 1700 en 1710 nog door 36.000.
Maar al tussen 1740 en 1750 viel het aantal terug tot 15.000, wat ook samen hing met de bevolkingsdaling in Westfriesland.

Met de trekschuit van Amsterdam naar Hoorn.
De reis begon bij de Nieuwe Stadsherberg in Amsterdam, gelegen aan het IJ, ongeveer waar nu perron 15 van het Centraal Station is. Met de steigerschuit ging het over het IJ naar de zuidelijkste punt van de Volewijk, naar het Tolhuis aldaar, ongeveer de huidige oversteek met de tolhuispunt. Vandaar liep een korte trekvaart tot de Waterland Dijk. Daar stapte men uit, liep door het dorp Buiksloot en betrad het Vijfstedenmeer. De eerste etappe was naar het Schouw, waar de route zich splitste: pal noordwaarts ging het naar Purmerend, meer noordoostelijk naar Monnickendam. Bij het Schouw was een tolhek, de tol zat bij het kaartje inbegrepen.
In Purmerend liep de vaart dood bij de Amsterdamse Poort. Wie naar Hoorn wilde, moest naar de Beemsterpoort lopen, tot aan de Vloyenburg, waar weer aan boord werd gegaan. Vervolgens ging het langs de Beemster Ringvaart naar Oosthuizen, Beets en Oudendijk. In Oudendijk moesten en passagiers de Omringdijk over, dus opnieuw overstappen. Er stonden daar twee tolhekken, die de stad Hoorn, de eigenaar, had verpacht. Van Oudendijk ging het over De Hulk naar de Westerpoort, de herberg het Onvolmaakte Schip aan het Breed. In 1661 kreeg de Westerpoort speciaal een uurwerk voor de precieze reistijd. In de roef van de trekschuit hing trouwens een 'uurglas', een zandloper en langs de trekvaart stonden 'nummerpalen' om de honderd roeden; een roede was ongeveer 3,6 meter. Zo konden de reizigers uitrekenen hoe ver het nog was. De reis Buiksloot-Purmerend duurde 1 uur en 3 kwartier, Purmerend-Hoorn 2 uur en 3 kwartier. Klopte alles dan was men in 4,5 uur te Hoorn.

Naam:Co Beemsterboer
Datum:27 Sep 2024
Bericht:Foto 5:
Deze foto dateert uit het begin van de twintigste eeuw. Toen was de trekschuit al lange tijd opgeheven. Het heeft er alle schijn van dat we hier naar een pleziertochtje kijken. Wellicht een familie-uitje.
Het is een opname uit de omgeving van Edam en het geeft een beeld hoe de trekschuiten (in dit geval duwschuiten) zich door het landschap bewogen.
Klik op de afbeelding om deze te vergroten
U kunt door middel van het formulier hieronder een bericht op de website plaatsen. Dit bericht zal direct voor alle bezoekers zichtbaar zijn.
Uw naam:
Uw e-mail adres:
Uw e-mail adres wordt niet gepubliceerd en komt dus niet zichtbaar op de website.
Uw reactie op deze kaart: