| Bericht: | Foto 9: b
Uitgever Baas 1968.
Uit: 'Hoorn in 50 verhalen' (uitgegeven in 2007).
Hajo, Rolf en Padde heten ze. Hun bronzen beelden staan aan de voet van de Hoofdtoren, bij de steigers waar de schepen van de 'bruine' zeilvloot komen en gaan.
Na de Kerst van 1618 voer de Hoornse schipper Willem IJsbrantsz Bontekoe met zijn schip de Nieuw Hoorn uit richting Indie. Aan boord waren 206 bemanningsleden, zowel ervaren als onervaren. Zeilend op de oosten wind en op een rotsvast vertrouwen in God, lieten Bontekoe en zijn mannen op 28 december bij Texel hun vaderland achter zich. Het doel was koopwaar uit het verre Batavia op te halen.
Maar de gedroomde zilvervloot van Bontekoe kwam er nooit. Bij zijn tocht zeilden hij en zijn bemanning van tegenslag naar tegenslag met als dieptepunt de brand die het schip op de Indische Oceaan trof. Wat hem als held niet belette om een waagstuk te laten zien door in een klein scheepje toch Batavia te bezeilen. De Hoornse schipper had van zijn reis een gedetailleerd scheepsjournaal bijgehouden. Dit dagboek was voor de schrijver Johan Fabricius in 1923 de inspiratiebron voor zijn eigen verhaal over Bontekoe.
In 1968 bracht de Hoornse middenstand geld bijeen en gaven zij de Amsterdamse kunstenaar Jan van Druten, die een atelier in Schellinkhout had, de opdracht om drie levensechte jongens te vervaardigen. Drie scholieren uit Schellinkhout hebben hiertoe dagenlang model gestaan.
De schrijver Fabricius zelf kwam op 14 juni 1968 naar de Hoornse haven om de beelden te onthullen.
In 1986 zijn de beelden in kopie verschenen in het Nagasaki Holland Village in Japan.
De lijfspreuk van de Jongens van Bontekoe is: 'Verlaat het schip niet voordat het onder jou bezwijkt'.
 |